Mandioquiera (Sucupira Amarela)
Herkomst
Sucupira Amarela (ook bekend als Mandioquiera) komt regelmatig voor in de uitgestrekte bossen van Zuid Amerika. De rechte takvrije stammen zijn 13-15m lang met een diameter van 0,45-1,0mtr. De stamvorm kan recht en cilindrisch gedraaid zijn, met een gezwollen voet of zware wortelaanlopen.
Uiterlijk
Het kernhout is lichtgrijs, geelachtig-licht-beige tot bruin/roodbruin van kleur met lichte lijnen van het parenchymweefsel rond de vaten. Het duidelijk tot minder duidelijk te onderscheiden spint heeft een bleekgele tot geelachtige kleur, soms tot lichtbruin. Soms zijn groeiringen zichtbaar. In het hout komen plaatselijk witte inhoudsstoffen in de vaten voor, deze zijn op het langvlak zichtbaar als dunne witte lijnen. Het kernhout heeft droog een matige glans.
Bewerking
Machinale bewerking van het hout gaat redelijk goed. Vanwege de aanwezigheid van kiezel kan het gereedschap sneller bot worden. Voorboren is aanbevolen. Afwerking (ook olie/beits) en verlijming worden als goed gerapporteerd. Het hout droogt redelijk snel met een lichte neiging tot scheuren en vervorming. Sucupira amarela is te impregneren tot brandklasse B.
Technische eigenschappen
| Buigsterkte | 107 N/mm2 |
|---|---|
| Elasticiteitsmodulus | 15.750 N/mm2 |
| Druksterkte | 39 N/mm2 |
| Schuifsterkte | 8,3-13,1 N/mm2 |
| Janka hardheid | 5.000 N (langs); 9.670 N (kops) |
| Volumieke massa vers | 860 kg/m3 |
| Volumieke massa (12%) | 650-700 kg/m3 |
| Krimp nat - droog | 2,9% radiaal, 3,1% tangentiaal |
| Duurzaamheid (grondcontact) | Klasse 3 |
| Duurzaamheid (bovengronds) | Klasse 1 |
Toepassing
Mandioqiuera (Sucupira Amarela) wordt veel gebruikt voor aftimmertwerken zoals gevelbekleding en schrootwerk.


